maandag 7 mei 2018

Waarom een sullig dagje uit al een hele opgaaf kan zijn, soms. En toch ook weer onbetaalbaar.

"Dat is jouw mening", vertelt de puber me. Het is vakantie, elf uur in de ochtend, lekker weer, ik wil met de familie op stap. We hebben geen grootste plannen, maar we verzinnen wel iets. Puber blijkt echter doodleuk achter zijn pc gekropen te zijn klaar voor en hele dag gamen, en het boeit hem weinig dat ik dat een slecht idee vind.

Een half uurtje later zijn we dan toch op pad. Mét de puber. Terwijl hij al weer gezellig met broer en zus kletst zit ik nog wat na te grommelen. Ik ben een gevoelig typetje en hou niet van een negatieve sfeer.

Eenmaal op de plaats van bestemming is jongste enthousiast. Wow! Dat ziet er vet uit. Ik voel me opknappen. Gelukkig maar. Ik was even bang dat zelfs hij te groot zou zijn voor dit park met speeltuin. Het is soms lastig iets te vinden wat jongens van 9 én 15 en meisjes van 12 leuk vinden. Wij ouders gaan lekker op een kleedje zitten, de kinderen gaan samen spelen.

Na een half uurtje spelen zakt het allemaal weer in. In plaatst van drie spelende kinderen hebben we een zeurende jongste, een verveelde oudste die het gezien heeft en als een vermoeide bejaarde op het kleedje (ons kleedje!)  ligt, en een 12 jarig meisje meisje dat opeens overal beestjes (uhl!) ziet en voelt... De stemming bij jongste wordt slechter en slechter, hij wil niet meer spelen, heeft overal vreemde redenen voor, om iets niet meer te willen.

Deze kennen we maar al te goed, de negatieve spiraal. Hij kan van een vrolijke veel te slimme 9 jarige afzakken naar een autistische starre en dwarse peuterpuber die niets meer wil en ook niet kan aangeven wát er nu precies aan de hand is.

Dan realiseer ik me opeens dat hij vandaag alleen nog maar een kommetje ontbijtgranen op heeft. Het is ver na lunchtijd, warm, en hij wil NIET drinken. Niet eten. Waarom, dat is onduidelijk. Waarschijnlijk omdat we chips in de tas hebben maar hem alleen broodjes en drinken aanbieden. Of a zeggen terwijl hij b wil. Weet ik het. Koppiger dan een ezel kan hij zijn. Gadverdamme. Hij zit zichzelf in de weg, dat weet ik wel, maar bepaalt ook nogal de sfeer. En vooral mijn humeur.

We proberen allemaal op onze eigen manier jongste weer aan het drinken en in de gewone modus te krijgen. Dat werkt natuurlijk ook niet. Daarbij luistert het nogal nauw wat je wel en niet doet of zegt en op welke toon. Uiteindelijk is het mij dit keer gelukt en zitten er zomaar opeens twee pakjes in en wat eten en is de impasse doorbroken, zijn batterij opgeladen en springt hij weer vrolijk overeind. In no-time is hij weer bij. (Zo bij dat hij zelf van meters verderop commentaar geeft op onze opmerkingen over zijn gedrag en opvoedingsvragen een ander kind niet had gehoord of begrepen... )

En terwijl ik nog aan het bijkomen ben van dit emotionele geweld loopt de jongen zelf alweer vrij en vrolijk te spelen. Mét broer en zus.

Dáárom, onder meer, vind ik vakantie moeilijk. Wil ik zo graag dé perfecte omstandigheden. Ik wil alleen maar blije gezichten bij de rest van de familie, en probeer dat maar eens te regelen met kinderen van uiteenlopende leeftijden en met een gebruiksaanwijzing hier en daar. Maar misschien is het mijn eigen gebruiksaanwijzing, dat kan ook. "Laat het los, en maak gewoon zelf lol", zegt man, en daar heeft hij ook wel een béétje een punt.

Een paar uur later zijn we uit eten geweest. Lekker, pannenkoeken met ijs, fristi en wijn. Het was super gezellig. En op de weg terug in de auto zit de achterbank met zijn drietjes liedjes te zingen. Super irritante liedjes, van de pubergeintjes op youtube tot de Teletubbies (variant a la huize mammalien die de kinderen hier zelf ooit hebben bedacht). Wat een lol hadden ze, zo met zijn drie. Ik heb heel stil voorin de auto gezeten en genoten. Deze momenten, die zijn goud waard. Zo wil ik wel maanden op vakantie.

maandag 30 april 2018

Vakantie!

Meivakantie. Twee weken. Voor jongste en middelste, de man en de oudste pas volgende week. We gaan niet weg, er moet van alles worden gedaan.


  • Gespaard, onder andere. Bezuinigd. 
  • Verder moeten er een tand getrokken bij de man
  • Beugel aangespannen bij de middelste.
  • Een klein beetje tussen het kindervermaak door wat werken
  • Af en toe ene blogje schrijven?
  • Boeken terugbrengen naar de bieb. Om er vervolgens in de stromende regen achter te komen, voor de deur van de bieb, dat de boeken nog thuis liggen....
  • Knutselen! Dochter is lekker aan het handwerken. Het kussentje dat ze geknipt en gestikt had opgevuld en dan toch maar tussen de rijgsteken door met lijmpistool verder aan elkaar gezet... 
  • Huiswerk gedaan door de middelbare scholieren. De dag ná de vakantie is huiswerkvrij, maar er daarna zijn er natuurlijk wel allemaal toetsen en verslagen in te leveren... 
  • De basisscholer MAG geen huiswerk doen van zijn juf. Niet rekenen in de vakantie. En het kind is soms zo braaf.... Aan de andere kant, hij is dol op rekenen. Zelfs in de vakantie. Hij doet dus niet het werk dat hij anders voor school zou doen, maar gisteren ging hij toch maar wat rommelen met Romeinse cijfers. Bingo met Romeinse cijfers. Breuken met Romeinse cijfers. En héle grote getallen waar de Romeinen eigenlijk niet zoveel letters meer voor hadden, aangezien ze met de M van Millenium wel zo'n beetje uitgeletterd en gecijferd waren?!
  • Vakantie gezocht! Zomervakantie. Pffff. Wat een werk. Kind 1 en 2 hebben zo hun eisenpakket: wifi, gróót zwembad met veel glijbanen, wifi, warm, all-inclusive (veel eten en snacks de hele dag door), wifi. Kind 3 wil niet zo lang reizen (kind 1 ook niet, maar wil die eis laten vallen als er genoeg eten is). Mama wil niet in een tent. Papa wil niet te veel geld uitgeven. Papa en Mama willen ook af en toe buiten snackbar/zwembad/iPadhoek iets doen qua cultuur of gewoon een stadje oid. Help?!!!? Ik heb werkelijk geen idee. 

woensdag 25 april 2018

Vervloeking: ik wens je veel personeel

Personeel hebben, mensen die je kunt opdragen dingen voor je te doen die je zelf niet kan, geen tijd voor hebt of geen zin in hebt. Klinkt ideaal toch?

Een paar jaar terug hoorde ik elke dag het gezucht van een oud collegaatje en kamergenote, zij had een leidinggevende functie over mensen die ik gelukkig niet kende. Zij vertelde me over de vervloeking "Ik wens je veel personeel". Of het nu uit de Indo-Chinese achtergrond kwam of toch van de Joden of Arabieren weet ik nu even niet. In ieder geval begrijp ik hem heel goed.

Ik ben al een flink aantal weken serieus 24 uur per dag nergens anders meer mee bezig dan met het werken aan mijn nieuwe zakelijke website. Ik eet en slaap en sport nog wel, en mijn kinderen krijgen ook nog (pakjes-zakjes-tosti-en-pasta) te eten, ik breng en haal de jongste zelfs van school. Maar verder ben ik het toppunt van ongezelligheid en mentale afwezigheid. Ook op de blog hier. Te druk in mijn hoofd.

Behalve zelf programmeren en schrijven en plannen bedenken en het overzicht proberen te houden, heb ik ook wat mensen ingehuurd voor wat "klusjes". Te technisch voor mij, net niet mijn specialiteit. Als een ander daar meer kennis van heeft en het voor relatief weinig geld in korte tijd voor elkaar kan krijgen hoef ik mijn mooie hoofdje daar niet over te breken en is het sneller opgelost. Zo dacht ik.

Les 1. Goedkoop is duurkoop. De mensen die zich in verhouding goedkoop aanbieden zijn niet de meest ervaren krachten. De eerste jongen die ik had was een prima kracht, gemotiveerd, vriendelijk. Maar ik was zo'n beetje zijn eerste serieuze klant en los van allerlei praktische verhuisproblemen had hij gewoon nog geen idee hoe een en ander aan te pakken.

Les 2. Grafisch design is echt een vak. Een logo is echt superbelangrijk. Dat wéét ik wel, maar ik heb ten eerste het geld niet, en ten tweede het geld er niet voor over. Lang geleden werkte ik bij een baas die een fortuin had neergelegd voor een "huisstijl" die mijn kleine neefje ook in elkaar had weten te knutselen. Ik heb het dus eerst zelf geprobeerd, daarna mijn heil gezocht bij de Etsy's en de Fiverrs en Hoofdkranen en andere marktplaatsachtige bedrijven waar freelancers zich aanbieden. Een tweetal(!) in verhouding goedkope aanbieders aangeschreven met een niet heel duidelijke opdrachtomschrijving ("maak een logo, dit vind ik mooi"). En twee keer toch niet helemaal gekregen wat ik gehoopt had. 

Les 3. De belangrijkste. Personeel bekommert zich niet zo om deadlines en kwaliteit als jij dat doet. De laatste twee technische it mannetjes, beide lijken wel verstand te hebben van wat ze moeten doen, maar beide houden zich niet aan afspraken. Ik moet er voortdurend achteraan lopen om te vragen hoe het gaat. Deadlines worden niet gehaald, sterker nog, ze blinken uit in afwezigheid en gebrek aan communicatie. Het zal hun namelijk een worst zijn is, geloof ik inmiddels.

Personeel, dat is een vloek. Misschien ligt het aan mij als opdrachtgever. In mijn vorig werkende leven op kantoor had ik ook al besloten veel beter te zijn in het zelf uitvoeren van opdrachten dan het controleren en achter de broek aanzitten aansturen van mensen uit het team. Bah. Ik kan het niet, ik houd er niet van. (Zelfs mijn eigen puberkinders achter de broek zitten zodat ze hun huiswerk doen levert ons allen veel frustraties op en matig succes.)

Gelukkig heb ik mezelf weer weten te verrassen en kon ik toch weer meer dan ik dacht. Nu even kijken of ik zakelijk genoeg ben om de rekening van de mannetjes dan ook weer naar beneden te schroeven, nu ik een deel van hun werk heb opgelost. Ik ben benieuwd of ze net zo laks zijn met het sturen van rekeningen als met het opleveren van werk.

woensdag 11 april 2018

Niks overdreven, het gebeurt gewoon echt

Waarom is De Luizenmoeder zo'n succes? Omdat het gewoon écht is. Het gebéurt. Hoe erg aangedikt het allemaal lijkt als je kijkt - haha, herkenbaar, grappig, maar een beetje overdreven is het wel - een paar weken later zit je weer middenin een hele discussie over een gezamelijk cadeau kopen voor de juf. Wat zeg ik, een gezamelijk cadeau kopen? Ik ga te snel, over een discussie óf er een cadeau voor de juf moet komen. Op zich is daar niemand tegen, maar moet dat dan gezamenlijk, en is er dan een vast of vrijwillige bijdrage, hoe zamel je het in, wanneer, wie...

Een groep vrouwen en een enkele man die allemaal hun zegje willen doen. Ik verdenk er een paar van dat ze koste wat kost tégen zijn, of hun eigen idee door willen drukken, of in ieder geval nooit meegaan met het idee van moeder zus en zo. Zeer vermoeiend.  Zelfs mijn twaalfjarige dochter, die toch wat gewend is op het gebied van whatsappen en meidendiscussies, zat hoofdschuddend mee te kijken hoe mijn anders vrij rustige mobiel opeens ontplofte, tijdens een gezellig koffiemomentje. 

Vorig jaar op een andere school werd ik al een beetje eng toen ik écht luizenmoeder was en over de te controleren hoofden van de kindertjes hele stammenstrijden werden gevoerd. Dit jaar is het gelukkig wel iets beter, maar krijg ik toch steeds meer het idee dat ik er te oud voor aan het worden ben. Het is kind drie, school nummer drie, en dezelfde discussies al jarenlang. Vaak over helemaal niks. En áls het onderwerp dan al misschien ergens over gaat, dan wordt er gewoon weer veel te veel over gepraat en de meest vreemde dingen verzonnen. (Winterklaas, ik roep maar wat) 

Ik ben schoolmoe aan het worden. Of oud. Of allebei.

Kreeg ik gisteren een mail van de middelbare school. Wie wil er in de Ouderraad? Nou, ik hoop iemand met goede ideeen die daar heel goed in is. Er is nogal wat te verbeteren daar. Maar ik pas even. Ik geloof niet dat ik er erg geschikt voor ben.

zondag 1 april 2018

De puber en zijn sociale habitus

Door oudste zoon omstandigheden had ik wat weinig slaap gekregen, afgelopen nacht. En omdat ik ook geen twintig dertig niet zo jong meer ben zakte ik na de lunch compleet in. Het huis was ontploft, overal lag speelgoed, vieze vaat en jongste liep te klieren en maakt nóg meer troep, maar ik trok het even niet meer. Aan papa de eer. Ik ging even een uurtje naar mijn bed.

Ergens tussen mijn bijna comateuze middagslaap door hoorde ik zoon nog wel naar papa roepen: is het goed als er zo twee jongens komen, voor het schoolproject? Maar ik was zo moe... bovendien, papa is een papa en die kan dat allemaal best aan.

Toen ik weer soort van wakker én zowaar helemaal decent aangekleed mét beha en maillot, (kennelijk had ik toch iets meegekregen van het aanstaande bezoek) op weg was naar beneden viel ik met mijn neusje in de boter. Daar stonden twee vrienden van oudste in ons halletje, waar ik al veel over gehoord heb maar nog niet eerder live had mogen bewonderen.

Er moest kennelijk opeens op deze feestelijke paasdag iets voor school worden gedaan. Prima. Mama is blij a. dat er schoolwerk wordt gedaan b. dat hij vrienden heeft waar hij kennelijk veel lol mee trapt aan de verhalen te horen  c. leuk dat ik ze eens zelf van dichtbij kan beoordelen met ze kennis kan maken.

Aardige jongens hoor, leken ze me. Wat ze van ons moeten denken, ik weet het niet. De eerste indruk van de familie van zoon was eh, bijzonder. De troep in de huiskamer was zo mogelijk nog groter geworden. Papa had niets opgeruimd. Sterker nog, papa lag keihard te snurken op de bank en was niet van zins zijn ogen open te doen. Wat ik dan altijd enorm veel gênanter vindt dan hijzelf. Zus verschool zich achter haar telefoon. Jongste broer deed ook leuk mee. Rende me op de trap tegemoet, onder luidkeels geschreeuw: "Help! vrienden van oudste, ENG! En vooral die ene. Met dat kleurtje!"

Nou wéét ik dat oudste en zijn meer-en-minder getinte vrienden daar zelf ook graag vriendelijk bedoelde grapjes over maken, en ik wéét dat jongste zichzelf graag een houding geeft door extreem  grappig te willen doen met grapjes die een groot deel van de buitenwereld niet altijd helemaal snapt, en ik wéét dat de beste manier om daarop te reageren is om in de overtreffende trap mee te gaan doen ("o nee! vrienden! wat eng!"). Maar ik kwam toch met een soort van zeer donkerrood gekleurd hoofd bij de jongens in kwestie aan. Hoe. Genant. Kan. Je. Het. Hebben.

Die "donkerwitte" was het minst verlegen en stak gelijk spontaan zijn hand naar me uit. De jongen is vakkenvuller bij onze lokale super, zo heeft zoon me in een van zijn zeldzame ontboezemingen eens verteld. Ik ben nieuwsgierig en geinteresseerd naar zijn leven en met wie hij omgaat, dus eh...  "Mam kijkt bij elke donkere jongen in de supermarkt op zijn naamkaartje om te zien of jij hebt bent", verklapte hij direct mijn geheim. Tegen zijn vrienden is hij kennelijk een stuk extraverter over ons dan over hen tegen ons. Ik kleurde nog maar eens een tintje er bij. "Ze lijkt op je!", riep de jongen blij naar zoon. Die daarop zelf wat moeilijk begon te kijken.

Ze hebben lekker gewerkt, hoop ik. In ieder geval kwam er veel geluid en gelach uit zijn kamertje waar hij overigens zelf wél netjes had opgeruimd, voor de gelegenheid. Heerlijk. Pubers.

dinsdag 27 maart 2018

Bejaarden zijn niet achterlijk - te veel juf Anken in de gezondheidszorg

Goed zo, mevrouw, u doet het héél goed! De verpleegkundige, een heuse juf Ank, waarschijnlijk is ze in een vorig leven ook kleuterjuf is geweest, kijkt er echter een beetje zuur bij. Haar patiënt doet eigenlijk helemaal niet zo goed mee. Ze heeft al een keer een beetje bozig moeten zeggen dat ze wél serieus moet blijven. “Anders kunnen we net zo goed stoppen”. Dat dat geen dreigement maar een vluchtroute was zag ze nog net op tijd in.

De patiënte is bijna 90, flink doof en een beetje zenuwachtig. Ze krijgt een longonderzoek: knijper op je neus en op commando in- en uitademen door een buis. Is ingewikkelder dan het klinkt (en niet alleen voor bejaarden zonder ervaring met medische tests). Het duurt dan ook even voor ze hem doorheeft. Bij een van de eerste pogingen ziet ze zichzelf zitten - met knijper op de neus hardop puffen en hijgen voor een pinnige kinderjuf - en krijgt de slappe lach. En omdat ik dezelfde genen heb én precies weet wat ze nu denkt is het voor mij ook niet te doen om niet te lachen.

Juf Ank laat geen barst in haar strakke smoelwerk zien en worstelt door met vriendelijk doch beslist communiceren zoals ze heeft geleerd op de cursus. Nee, IN de mond mevrouw. Ik ga u helpen. HEEL goed. U doet het heel goed. Alleen nog een klein beetje ...

Bij de volgende poging doet mijn moeder weer braaf haar best en ik pulk met heel veel aandacht wat pluisjes van mijn panty. Omdat ik zeker weet dat als we ook maar even oogcontact hebben we weer in lachen zullen uitbarsten. Om alles en niks, de absurditeit en de treurigheid van dit alles. Ride si sapis.

Dat taalgebruik, die houding. Ja, ze is doof, en vergeet wel eens wat. Soms moet je iets herhalen. Maar dat wil niet zeggen dat ze een peuter is. Die hele betutteling. Ik weet wat mijn moeder daarvan denkt en kan het alleen maar met haar eens zijn. We zeggen natuurlijk niks, daar zijn we te braaf voor. Pas als we even later alleen zijn zegt hardop: ze doen net of ik achterlijk ben.

Wat doet u het goed!, kreeg ze ook te horen toen ze op haar 87 voor het eerst in het ziekenhuis lag. Alleen maar omdat ze de operatie had overleefd en in bed lag zonder al te veel te zeuren over pijn en waarschijnlijk aangeboden heeft om de kamervloer straks lekker even te dweilen Zo veel complimentjes kreeg ze dat ze op een bepaald moment in haar onschuld vroeg "of ze haar niet verwarden met iemand anders". Ze vond het op zich wel fijn, al die aandacht, maar ook wel een beetje apart. Het is een bikkel, en van een generatie en familie waar je niet bent opgevoed om te zeuren, om eerst om anderen te denken en dan pas voor jezelf. De generatie die als kind een tik op hun vingers kreeg als ze met links wilden schrijven in plaats van een stickerkaart en een nintendospelcomputer voor elk druppeltje plas op de pot.

Ze heeft het vaak gezegd. Vriendelijkheid en gemeend medeleven, dat is fijn, dat is ook haar eigen instelling en dat waardeerde ze dan ook echt wel in de benadering van het ziekenhuis toen. Maar soms missen ze net de plank en slaat het door in betutteling. Ze is bijna 90, geen 4.

"En ze denken soms dat we achterlijk zijn".

Roept ze verontwaardigd. In de volle wachtkamer waar de rest van haar patiënten nog zit te wachten. Op het geluidsvolume van een wat dove bijna 90 jarige, die niet doorheeft dat de verpleegkundige in kwestie net weer haar hoek om de hoofd van de deur steekt.

En daar moest ik dan ook wel weer om lachen.

donderdag 22 maart 2018

Slap blogje, maar ik ben er nog wel

Druk druk druk.... werken, zorgen (geen zorgen, nou ja, ook wel soms, maar vooral zórgen! voor de was, de kinderen, mijn ouders, mijn man, mezelf...)....  weet ik het. Geen tijd om blogs te schrijven, of te lezen. En als ik dan klaar ben en alles op bed ligt gaan we Netflixen, man en ik.

La Casa de Papel, bijvoorbeeld:

Acht dieven sluiten zichzelf en hun gijzelaars op in de Koninklijke Munt van Spanje terwijl een crimineel meesterbrein de politie manipuleert om zijn plan uit te voeren. 

Bloedstollend spannende thriller met onverwachte wendingen. Europees, wat ik een aanbeveling vindt. Spaans, zelfs. Dus ook leuk qua taal om te kijken hoeveel je ervan verstaat (Nederlandse ondertitels aan :-)

Het schijnt dat binnenkort seizoen 2 op Netflix start. Wij gaan kijken!


En daarna kwam Dark. Duits. Had ik al over geschreven. Crimi, science fiction, echte mensen, en lekker donker.

Ik keek met man en de 15jarige zoon mee naar Altered Carbon, een science fiction. Maar haakte zelf al snel af wegens te veel geweld en had ook spijt dat we de 15 jarige mee lieten kijken (iets teveel seks en geweld)

Daarna kwam Ozark. Het burgerlijke gezinnetje van financieel expert Marty verhuist van Chicago naar de Ozarks in Missouri (hé, hoe Amerikaans wil je het hebben?!) omdat hij een beetje in de problemen is gekomen met zijn wiswasserij-baantje voor een drugsbaas. De problemen worden groter en groter en op het einde moet hij binnen vijf jaar 500 miljoen dollar wit zien te wassen.

De serie heeft wel wat van onze zeer geliefde serie Breaking Bad, hoe de gewone burgerlijke man opeens middenin het criminele circuit belandt. Deze Ozark heeft iets minder bizarre humor maar het blijft wel boeien. Ook mooi om te zien hoe het gezinnetje functioneert nu ze meegesleurd worden in dit alles: de huwelijkspartners die tot elkaar veroordeeld zijn, de puberdochter, het zoontje dat zich op school van een heel andere kant laat zien.
.. We kijken uit naar seizoen 2.


Nu zijn we bezig met Tabula Rasa. Een Vlaamse serie. Dat is leuk! Zonder ondertitels, dus. En zo stom hoe je gewend bent met ondertitels en gesproken tekst tegelijk te kijken, nu één van beide mist en de Vlaming niet altijd even duidelijk Nederlands spreekt moet ik echt heel goed opletten en het geluid iets harder zetten dan normaal..... :-)

Een Vlaamse psychologische thriller dus, over een vrouw met geheugenverlies. Leuke invalshoek vind ik altijd, als kijker kom je naarmate de serie vordert zelf ook steeds meer te weten en ga je meer begrijpen, aan de hand van flashbacks en kleine beetjes geheugen van de hoofdpersoon die terugkomen. Heel mooi gemaakt ook, en mooie beelden. Beetje surrealistisch soms.

(Ik moet wel lachen om de bijrollen in het zottenkot, maar de geestenuitdrijver met haar maatje hadden een beetje teveel kabouter-plop-gehalte. Los daarvan: top-serie!)

Waarom een sullig dagje uit al een hele opgaaf kan zijn, soms. En toch ook weer onbetaalbaar.

"Dat is jouw mening", vertelt de puber me. Het is vakantie, elf uur in de ochtend, lekker weer, ik wil met de familie op stap. We ...